Rechter: MCB mag thuiswerker ontslaan, maar betaalt 225.000 gulden

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Maduro & Curiel’s Bank mag een senior IT-medewerker ontslaan die na het overlijden van zijn moeder bleef weigeren terug te keren naar kantoor. De rechter kende hem een vergoeding toe van 225.000 Caribische gulden.


De medewerker trad in maart 2009 bij MCB in dienst als senior programmeur en analist. Hij verdiende laatstelijk bijna 12.000 gulden bruto per maand en werkte volgens een hybride overeenkomst drie dagen thuis en twee dagen op kantoor.

Na het overlijden van zijn moeder in januari 2025 stond de bank hem tijdelijk toe de hele week vanuit huis te werken. Voorwaarde was dat hij zich door de arbodienst zou laten begeleiden. Ook werd hij voorlopig vrijgesteld van bereikbaarheidsdiensten in de avonduren en weekenden.

Aanvankelijk adviseerde de bedrijfsarts om het volledige thuiswerken voort te zetten. De werknemer zag later echter af van verdere evaluaties. Verschillende voorstellen van MCB voor medische begeleiding of een terugkeer naar het oorspronkelijke hybride rooster wees hij af.

Geleidelijke terugkeer geweigerd

In juli 2025 adviseerde een bedrijfsarts dat de medewerker eerst één en later twee dagen per week naar kantoor zou terugkeren. De werknemer was het daarmee niet eens en stelde dat zijn rouwproces nog niet was afgerond.

Hij bleef zijn werkzaamheden vanuit huis uitvoeren. Volgens MCB leidde zijn afwezigheid er echter toe dat IT-collega’s extra avond- en weekenddiensten moesten overnemen. Ook zouden projecten vertraging oplopen en was zijn aanwezigheid nodig voor overleg en kennisoverdracht.

De medewerker verscheen vervolgens niet bij enkele afspraken met een andere arbodienst. MCB gaf hem op 2 september een laatste instructie om zich alsnog te melden. Hij weigerde, omdat hij naar eigen zeggen niet ziek was en geen hulp had gevraagd.

De bank sloot hem daarna af van de digitale werkomgeving. Hierdoor kon hij zijn werkzaamheden niet langer voortzetten.

Arbeidsbureau wees ontslag af

MCB vroeg in oktober 2025 bij de Directie Arbeid toestemming om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Dat verzoek werd in december afgewezen. De bank stapte vervolgens naar de rechter.

Het gerecht oordeelde dat de arbeidsrelatie onherstelbaar was verstoord. Zowel de bank als de werknemer verklaarde geen vertrouwen meer te hebben in een verdere samenwerking.

Volgens de rechter had MCB zich voldoende ingespannen om de werknemer te begeleiden. De bank hoefde hem zonder medisch advies niet onbeperkt volledig vanuit huis te laten werken.

De medewerker had bovendien moeten begrijpen dat hij vanaf juli weer gedeeltelijk op kantoor werd verwacht. Zijn weigering om nog langer mee te werken met de arbodienst komt volgens het gerecht voor zijn rekening.

Jarenlang goed gefunctioneerd

De rechter hield ook rekening met omstandigheden die in het voordeel van de werknemer spreken. Hij had sinds 2009 goed gefunctioneerd en bleef ook tijdens het conflict zijn werkzaamheden naar behoren uitvoeren.

Daarnaast verkeerde hij kennelijk in de veronderstelling dat de toestemming voor volledig thuiswerken nog altijd gold. Hoewel dat volgens de rechter voor zijn eigen risico kwam, kon zijn handelen hem daarom niet volledig worden aangerekend.

De werknemer vroeg om een vergoeding van minimaal dertig maandsalarissen. De rechter stelde het bedrag vast op 225.000 gulden bruto, bijna twintig maandsalarissen. Een eventuele cessantia-uitkering wordt daarop in mindering gebracht.

Ontbinding was voorwaardelijk

De beschikking dateert van 20 april. MCB kreeg tot 28 april de gelegenheid het ontbindingsverzoek in te trekken vanwege de toegekende vergoeding. Als de bank dat niet deed, werd de arbeidsovereenkomst per 1 mei ontbonden.

Uit de op 16 juli gepubliceerde beschikking blijkt niet of MCB van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. Daardoor staat op basis van dit vonnis alleen nog niet definitief vast of het ontslag en de betaling daadwerkelijk zijn doorgegaan.


1.007 keer gelezen

Deel dit artikel: